De teloorgang van ene Clarkson Jeremy en gouden kak

Vandaag is wederom een dag dat er niet veel is gebeurd. Ik zou het kunnen hebben over de vliegtuigcrash van gisteren, maar omdat ik toch ook een beetje een (weliswaar klein) hart heb, besloot ik dat niet doen. Dan maar enige tijd vertoeven op virtuele muren van geschriften, op zoek naar blogvoer. Er was helaas niet al te veel te vinden, het spijt me oh zo zeer.

Op de site van De Morgen las ik dat Jeremy Clarkson zijn contract niet verlengd zou worden bij de BBC. Voor zij die niet op de hoogte zijn van de heisa omtrent Jeremy, sta me toe u enige intel te verschaffen. Hij was jarenlang één van de drie hosts van het enorm populaire Top Gear, een programma dat wereldwijd miljoenen kijkers haalt. Helaas kreeg hij dus geen nieuw contract vandaag, en dat is volgens de BBC met rede. “Enough is enough”, dachten ze daar.

Clarkson is een man die geregeld voor de nodige controverse zorgde. Hij opteerde om rebellen tijdens de London riots neer te schieten en nog vele meer van die grapjes. Twee weken geleden besloot nonkel Clarkson dat het een goed idee zou zijn om een handgemeen te hebben met één van de producers van de show. Eerst nadenken, dan pas doen, zou mijn grootmoeder tegen hem zeggen. Jammer dat ze hem dat niet heeft gezegd, dan had hij nu nog vol jolijt kunnen verder werken. Maar er is hoop, Jeremy!

Want op de site van Het Nieuwsblad vond ik dan weer iets anders. Volgens Amerikaanse geologen zijn onze uitwerpselen letterlijk een goudmijn waard. Alvorens u naar het toilet rent om uw gevoeg te doen, leest u even voort, want het is niet helemaal zoals u denkt/hoopt. Het zou gaan om het filteren van onze feces uit rioolwater, en we alvorens we miljonair zouden kunnen worden van onze toiletervaring, moeten we het equivalent stront produceren van één miljoen mensen. Een hele hoop dus, maar als we allemaal samenleggen, moet dat lukken. Ik begin er alvast vandaag aan. Tupperware, iemand?

Zo zie, dat was het weer voor vandaag. Voor zij die geen fan zijn van Clarkson en kakken, het spijt me zeer. Er was niet al te veel meer waar ik over schrijven kon, helaas.

Yours sincerely,

Vincent Pessers

Belgium’s got no talent.

M’n waarde dames en heren, vandaag is zo één van die dagen dat er actueel niet al te veel is gebeurd. Er is zodanig weinig gebeurd dat op de site van Het Nieuwsblad er zelfs een artikel staat over een auditie in dé grootste talentenshow voor gehandicapten: Belgium’s got talent. Het artikel ging over ene sloeber genaamd Steff.  Een vijftienjarige jongeling die naar eigen zeggen “een lieke” kwam zingen, maar eigenlijk iedereen met verstomming kwam slaan en een magistrale opvoering bracht van ‘O Mio Babbino Caro’.

Toegegeven, het was een fenomenale auditie. Maar dat is ook maar één keer om de drieduizend afleveringen dat we iets zien dat effectief zo mooi en effectief talentvol is. Belgium’s got talent is eigenlijk gewoon ‘Idool’ maar met een andere naam. Bijna iedereen komt zingen, en het is vaak slecht. Hier en daar hebben we dan iemand die een goocheltruck komt doen, of iemand die komt jodelen. Het talent spat er van af.

Het feit dat er tegenwoordig meer talentenshows zijn dan dat er uitzendingen zijn van het Nieuws, is niet hetgeen waar ik me het meeste aan stoor. De jury, is dat wel. Ray, om te beginnen, is het Engelstalige jurylid van de nobele groep “talentspotters”. Ik weet niet uit welke boom ze hem geschud hebben of van waar die man überhaupt komt, maar stuur hem terug naar MTV, en liefst zo snel mogelijk. Ik denk dat als je die man tegen een plant laat spreken, die plant na drie minuten al verwelkt is. Dan heb ik het over de plant natuurlijk. Ray is dat al.

Niels Destadsbader dan. Zonder twijfel iemand die talent kan herkennen. Die man heeft in dé hitserie ‘De Kampioenen’ meegespeeld, een programma waarvoor je IQ maximaal 48 mag zijn, anders kom je de cast niet binnen. Ik ben er zeker van dat je nog veel talent gaat vinden Niels, maar leer eerst je veters knopen.

Rob Vanoudenhoven is dan weer iemand die wel degelijk een talent bezit om uitermate geestig en tof te zijn. Helaas heeft hij ooit besloten om ‘Nonkel mop’ te maken. Als ik terugdenk aan dat programma, word ik al meteen terug suïcidaal, dus laat ik het hierbij. Rob, herpak je, ik ben nog steeds een fan.

Over Karen Damen kan ik uiteraard geen slecht woord zeggen. Karen, moest je dit lezen, raad ik je ten stelligste aan je bevallige oog te laten vallen op mijn vorige blog genaamd ‘K3, c’est fini’. Daarin verheerlijk ik jou en het K3 gezelschap en wens ik jullie het allerbeste toe.

Afvoeren, graag.

Your sincerely,

Vincent Pessers

K3, c’est fini.

Woensdag achttien maart zal de geschiedenisboeken ingaan als de dag dat de wereld even stopte met draaien. Het hele land verkeert in een diepe shock, maar niet heus. K3, de de beruchte meidengroep van Studio 100, met wie ik in mijn eerste 5 levensjaren lief en leed heb gedeeld, houdt op te bestaan. Tenminste, de huidige zangeressen toch. Toen enkele jaren geleden Kathleen er de brui aan gaf,  had ik het al moeilijk. De volledige basis van mijn jeugd was weg. Plots kwam daar een nieuwe blonde, wulpse dame bij, een Hollandse dan nog wel. Het was toen al duidelijk. K3 zou nooit meer dezelfde zijn.

Karen, Josje, en die met haar zwart haar, hebben zonet een persconferentie gegeven waarin ze hun afscheid aankondigden. Menige tranen vloeiden over mijn wangen. Niet omdat ze stoppen, maar omdat er een TV-show komt waarin K3 op zoek gaat naar een nieuwe K3. Moet dat nu echt, Gert? Alsof we nog niet genoeg talentenshows hebben. Het leven is vandaag niet eerlijk.

Ik vraag me af of we in de toekomst nog van hen gaan horen. Kathleen dacht enkele jaren geleden dat het een goed idee zou zijn om solo te gaan. Een plan dat faliekant is mislukt. God moge weten waar onze bevallige blonde nu ronddalkt. Karen zal een prominent figuur worden op de Vlaamse televisie, dat is ondertussen al wel duidelijk, aangezien ze momenteel in drie programma’s te zien is. En die met haar zwart haar? Ach, die heeft halfgod Gene Thomas nog. Zij heeft in geen geval te klagen.

Dames, ik wens jullie alledrie het beste, het ga jullie goed. Josje, ik richt me nu specifiek tot jou. Als je ooit een ranke schouder nodig hebt om op uit te huilen, bied ik je de mijne aan. Die is te verhuren aan democratische prijs en wetenschappelijk bewezen beter als die van Kevin Janssen. Call me.

Yours sincerely,01-K3-achtergronden-k3-wallpapers-karen-damen-kristel-verbeke-josje-huisman-wallpaper

Vincent Pessers.

Hey, Vince, kop op.

M’n waarde heer Vincent Kompany, gegroet. U moge mij dan wel niet kennen (iets waar we spoedig verandering in moet brengen, me dunkt), sta me toe u op te beuren in deze voor u donkere tijden. Ik ben, net zoals velen, een fan van u. Meer zelfs, ik adoreer u. Voor zij die de naam Kompany hoog in het vaandel dragen, is het een jammerlijke zaak om te zien hoe uw recente voetbalprestaties worden omschreven in de pers en op sociale media.

Oké, u zit in een vormdip, dat is duidelijk. Iets wat voor velen blijkbaar genoeg is om uw hele carrière op de figuurlijke korrel te nemen. Dat is nu toch niet van doen, hé. U verdient dat niet. Maar laat het niet aan uw patriottische hart komen, er is nog een ganse natie die zich achter u schaart. Zij die zeggen dat u geen leider bent, en dat nooit geweest bent, zijn klaar voor de brandstapel. U heeft in het verleden meermaals bewezen dat u meer bent als een leider, een koning.

U leidt de beste generatie die ons Belgische voetballand ooit kende en u doet dat op magistrale wijze. U heeft bij Manchester City een joekel van een steen bijgedragen om hen weer naar een topniveau te tillen. Om dit alles nog beter te maken, bent u ook nog eens een zeer slim, sympathiek en vrijgevig persoon.  Indien u nog niet doorheeft hoe hard ik u steun: U zou mijn hond mogen overrijden met een camion, en ik zou nog steeds ‘Vince the prince’ scanderen door de straten, als u ons Belgenland naar victorie leidt op het Europese kampioenschap. Het ga u goed, Vince. U komt wel terug, ik ben er gerust op.

Yours sincerely,

Vincent Pessers

Hallo, ik ga beginnen bloggen.

Een nieuwe blogpost van Vincent Pessers. België haalt opgelucht adem. Bij deze ga ik mezelf ook proberen een opdracht op te leggen. Ik ga een nobele poging ondernemen om elke week tweemaal een blogpost te schrijven. Mensen lezen graag en ik schrijf graag. Een win-win situatie, als het ware.

Ik hoor u echter denken: ‘Hey, Vinnie (u mag Vinnie zeggen), hoe gaat gij dat allemaal doen enzo?’. Wel, dat is een uitmuntende vraag waar ik zelf nog niet meteen antwoord op heb. Ik zou kunnen schrijven over wat ik allemaal doe op een dag, maar omdat dat absoluut geen hol is, is dat geen optie. Ik besloot het over een andere boeg te gooien.

Mijn vorige blogpost, Je suis Charlie, heeft vele “views” gehaald. Dat was op dat moment een zeer actueel onderwerp en dus heb ik samen met mijn mama, maar niet heus, besloten om een blogpost te schrijven over een actueel onderwerp van dat moment. Ik zal doorheen de frontpagina’s browsen van al wat journalistiek Vlaanderen mij te bieden heeft, en daar één artikel uitkiezen waarover ik mijn mening dan zal verkondigen in de vorm van een digitale tekst op dit medium. Het belooft een fantastisch avontuur te worden waarin bloed, zweet en tranen rijkelijk zullen vloeien.

Voor al de nieuwe mensen die hier niet zijn via de link die ik op Twitter deelde en die momenteel in een mentale tweestrijd verwikkeld zijn omtrent het al dan niet volgen van mijn account op WordPress, even wat info over mezelf: Ik ben Vincent Pessers, negentien jaar oud. Ik ben de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede en de auteur van De Bijbel. Wekelijks red ik ook het leven van een honderdtal puppy’s in nood. Het ga u allen goed en ik hoop u wekelijks welkom te kunnen heten.

Yours sincerely,

Vincent Pessers